Uitspraak
21 2192 AW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
a. schulden van € 201.269,28 (als gevolg van het stopzetten van de bezoldiging);
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig penitentiair inrichtingswerker, werd onvoorwaardelijk ontslagen door de minister op grond van het Algemeen rijksambtenarenreglement. Dit ontslagbesluit werd later vernietigd en het dienstverband hersteld, inclusief nabetaling van bezoldiging en rente.
Appellant vorderde schadevergoeding wegens schulden, letselschade en immateriële schade die hij toeschrijft aan het onrechtmatige ontslag. De rechtbank wees dit verzoek af en de Raad bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat het causale verband tussen het ontslagbesluit en de schuldenlast, waaronder een restschuld na executoriale verkoop van de woning, niet is aangetoond. Financiële problemen bestonden reeds vóór het ontslag. Ook de gestelde letsel- en immateriële schade zijn onvoldoende onderbouwd en kunnen niet worden toegerekend aan het ontslagbesluit.
De Raad concludeert dat appellant geen aanspraak kan maken op vergoeding van de gevorderde schadecomponenten en bevestigt het eerdere vonnis. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding wegens het ontbreken van een causaal verband met het onrechtmatige ontslagbesluit.