ECLI:NL:CRVB:2022:2456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens verdiencapaciteit boven 65%
Appellante was verkoopster en meldde zich ziek met diverse klachten, waaronder suikerziekte en oogproblemen. Het UWV stelde vast dat zij vanaf 14 oktober 2019 meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde haar Ziektewet-uitkering per 20 april 2020.
De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden op basis van medische rapporten en functionele mogelijkheden vast dat appellante belastbaar was en geschikte functies kon vervullen. Appellante voerde bezwaar aan, maar dit werd ongegrond verklaard door het UWV en de rechtbank.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen niet juist waren vastgesteld en dat haar medische situatie verslechterde, maar zij overlegde geen nieuwe medische informatie die tot een ander oordeel kon leiden. De Raad volgde de rechtbank en het UWV en bevestigde het besluit tot beëindiging van de uitkering.
De Raad oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was en dat de functies passend waren. Appellante kon zich bij verslechtering opnieuw tot het UWV wenden. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering van appellante wordt beëindigd omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen.