ECLI:NL:CRVB:2022:247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, voormalig assistent kaakchirurg, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving ziekengeld. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het Uwv vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen en beëindigde het ziekengeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, waarbij een verzekeringsarts appellante heeft onderzocht en een Functionele Mogelijkhedenlijst opstelde. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde waarom geen verdere beperkingen nodig waren, ondanks psychische klachten en medicatiegebruik. Ook de arbeidsdeskundige motiveerde waarom de geselecteerde functies geschikt zijn.
Appellante voerde in hoger beroep onder meer motiveringsgebreken aan en stelde dat haar angststoornis en slaapproblemen onvoldoende zijn meegewogen. De Raad volgt deze standpunten niet en wijst op de verbetering van haar functioneren rond de datum in geding. Het bezwaar tegen het ontbreken van een duurbeperking wordt eveneens verworpen.
Hoewel de mediaanfunctie is gewijzigd, is het gebrek in motivering volgens de Raad niet van invloed op de uitkomst. Het bestreden besluit wordt in stand gelaten. Het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht van appellante.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld wordt beëindigd omdat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen; het bestreden besluit wordt bevestigd.