ECLI:NL:CRVB:2022:2495
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking, terugvordering en verrekening leenbijstand ondanks lopende boedelscheiding
In deze zaak stond de intrekking, terugvordering en verrekening van leenbijstand centraal die het college aan appellanten verstrekte in afwachting van de boedelscheiding tussen appellant en zijn ex-partner.
Het college had aanvankelijk het brutobedrag van de bijstandskosten verrekend met een arbeidsongeschiktheidsuitkering, maar corrigeerde dit tot het nettobedrag, waarna het teveel ontvangen bedrag werd gerestitueerd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
Appellanten voerden aan dat terugvordering pas na afronding van de boedelscheiding mogelijk was, maar de Raad oordeelde dat dit niet volgt uit de Participatiewet en dat bijstand aanvullend is, waardoor latere middelen in aanmerking worden genomen.
Daarnaast faalden bezwaren over onduidelijkheid van de berekening en vermeende schending van zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel, omdat het college een gedetailleerd overzicht had verstrekt en appellanten geen concrete onderbouwing boden.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit tot intrekking, terugvordering en verrekening van leenbijstand wordt bevestigd.