ECLI:NL:CRVB:2022:2538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verwijtbare werkloosheid en weigering WW-uitkering wegens privégebruik tankpas
Appellant was werkzaam als chauffeur bij een werkgever en werd ontslagen wegens ernstig verwijtbaar handelen, specifiek het privégebruik van de tankpas zonder toestemming, wat leidde tot een vertrouwensbreuk. Het UWV weigerde aanvankelijk de WW-uitkering wegens onvoldoende arbeidsverleden, maar stelde later vast dat er wel recht was op de uitkering, die echter niet werd uitbetaald vanwege verwijtbare werkloosheid.
De rechtbank oordeelde dat het privégebruik van de tankpas een dringende reden voor ontslag vormde en dat appellant verwijtbaar werkloos was geworden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat binnen de bedrijfscultuur het gebruikelijk was om middelen over en weer voor te schieten en dat het privégebruik van de tankpas daarom niet verwijtbaar was. Hij stelde ook dat de arbeidsovereenkomst de praktijk niet weerspiegelde.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de gestelde losse bedrijfscultuur niet rechtvaardigt dat het privégebruik van de tankpas niet verwijtbaar is. De Raad concludeerde dat sprake is van een dringende reden in de zin van artikel 7:678 BW Pro en dat appellant verwijtbaar werkloos is. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant verwijtbaar werkloos is en de WW-uitkering niet wordt uitbetaald.