Appellant heeft meerdere aanvragen om bijstand als dakloze ingediend, die door het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer zijn afgewezen wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht. Het college voerde aan dat appellant bij controles niet op de opgegeven verblijfslocaties werd aangetroffen, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het onderzoek van het college zorgvuldig is uitgevoerd, mede doordat appellant vooraf werd gewezen op de controlemogelijkheden en de noodzaak om juiste verblijfslocaties door te geven. Appellant kon de handhaver via WhatsApp berichten informeren over zijn verblijfplaats, maar deed dit niet tijdig. Hierdoor is de inlichtingenplicht geschonden voor de meeste perioden.
Echter, voor de periode van 7 april 2020 tot en met 20 april 2020 heeft het college geen controles uitgevoerd vanwege coronamaatregelen. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat appellant onjuiste opgaven deed. De Raad vernietigt het besluit voor deze periode, herroept het eerdere besluit en kent alsnog bijstand toe. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten van appellant.