ECLI:NL:CRVB:2022:2570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor gordijnen en vloerbedekking na niet-noodzakelijke verhuizing
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor de kosten van gordijnen en vloerbedekking in verband met haar verhuizing naar een andere woning. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg wees deze aanvraag af omdat de verhuizing niet noodzakelijk was. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
Appellante stelde dat de verhuizing noodzakelijk was vanwege de stressvolle situatie in haar kleine flat met vijf kinderen. Zij kon daardoor niet reserveren voor de kosten van woninginrichting. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat de verhuizing noodzakelijk was, omdat concrete bewijsstukken ontbraken die de noodzaak op medische of sociale gronden onderbouwen.
Omdat de verhuizing niet noodzakelijk was, waren ook de kosten van woninginrichting niet noodzakelijk. De Raad bevestigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd in het openbaar gedaan en is gebaseerd op de overwegingen zoals opgenomen in het proces-verbaal.
Uitkomst: De bijzondere bijstand voor gordijnen en vloerbedekking wordt afgewezen omdat de verhuizing niet noodzakelijk was.