ECLI:NL:RBZWB:2025:9049

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
BRE 25/3478
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor inboedelkosten

Op 18 december 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen eiser, vertegenwoordigd door mr. B. Mous, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg. Eiser had een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor verschillende inboedelkosten, waaronder een bed, verlichting, gordijnen, een vriezer, een wasdroger, een televisie, een keukenstoel en een nachtkastje. Het college heeft de aanvraag gedeeltelijk afgewezen, wat eiser niet kon accepteren. De rechtbank heeft de zaak beoordeeld aan de hand van de beroepsgronden van eiser en de relevante feiten en omstandigheden. De rechtbank concludeert dat het college terecht de aanvraag voor de meeste kosten heeft afgewezen, omdat eiser niet heeft aangetoond dat deze kosten noodzakelijk waren. De rechtbank oordeelt dat de kosten voor een bed, verlichting, gordijnen, een vriezer, een wasdroger, een televisie, een keukenstoel en een nachtkastje niet als noodzakelijke kosten van bestaan kunnen worden aangemerkt. Eiser heeft geen bewijs geleverd dat de kosten voor deze goederen zich voordoen of dat er bijzondere omstandigheden zijn die de noodzaak van deze kosten rechtvaardigen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beslissing van het college om de aanvraag gedeeltelijk af te wijzen. Eiser krijgt geen griffierecht terug en ook geen vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/3478 PW

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. B. Mous),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg(het college), verweerder.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de gedeeltelijke afwijzing van de aanvraag van eiser voor bijzondere bijstand. Eiser is het daar niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de gedeeltelijke afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college terecht de bijzondere bijstand van eiser gedeeltelijk heeft afgewezen
.Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De grondslag van het bestreden besluit staat onder 4, de door eiser aangevoerde beroepsgronden onder 5 en het toetsingskader onder 6. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 7. Aan het eind staan de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor (onder meer) een deel van de inboedel. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 17 februari 2025 afgewezen. Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt. Het college heeft met het bestreden besluit van 12 juni 2025 het bezwaar van eiser gedeeltelijk gegrond verklaard. De bijzondere bijstand is alsnog toegekend voor een vierpersoonseettafel, vier eettafelstoelen, een wandmeubel en een stofzuiger. De bijzondere bijstand voor verlichting en gordijnen blijft afgewezen. Ook de afwijzing van bijzondere bijstand voor een bed, een matras, een moltonhoes, een dekbed, een dekbedhoes en sloop, een hoes, een kussen, een linnenkast, een keukenstoel, een nachtkastje, een televisie, een vriezer en een wasdroger heeft het college in stand gelaten onder wijziging van de motivering.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 12 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, bijgestaan door zijn gemachtigde. Namens het college is [vertegenwoordiger college] verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten en omstandigheden
3. Eiser ontvangt met ingang van 1 mei 2019 een bijstandsuitkering naar de norm van een alleenstaande. Per 26 augustus 2024 is eiser verhuisd van Amsterdam naar [plaats] en ontvangt hij een bijstandsuitkering van het college. Nadat de Immigratie- en Naturalisatiedienst een tijdelijke verblijfsvergunning heeft verleend aan zijn vrouw, is zij naar Nederland gekomen. De bijstandsnorm is daarom per 15 november 2024 gewijzigd naar de gehuwdennorm. Naar aanleiding van de aanvraag om bijzondere bijstand heeft een huisbezoek plaatsgevonden op 15 januari 2025.
3.1.
Eiser heeft afgezien van het toelichten van zijn bezwaar op een hoorzitting. Op 21 mei 2025 heeft eiser telefonisch contact opgenomen om een toelichting te geven.
Bestreden besluit
4. Aan de afwijzing van de gevraagde bijzonder bijstand heeft het college ten grondslag gelegd dat de aanschafkosten van een bed, matras, moltonhoes, dekbed, dekbedhoes en sloop, hoes, kussen en linnenkast zich niet voordoen. De bijzondere bijstand voor verlichting (huiskamer en slaapkamer) en gordijnen is afgewezen op de noodzakelijkheid. Dit geldt ook voor de keukenstoel, vriezer, wasdroger, nachtkastje en televisie.
Beroepsgronden
5. Eiser stelt dat de afwijzing van de bijzondere bijstandsaanvraag onterecht is. De verhuizing naar [plaats] was namelijk noodzakelijk. De aanschafkosten van een vierpersoonseettafel, vier eettafelstoelen, een wandmeubel en een stofzuiger zijn wel toegekend, vanwege bijzondere omstandigheden en het ontbreken van voldoende aanwezige middelen. Ditzelfde moet gelden voor de aanschaf van gordijnen, verlichting en de andere gevraagde kosten. Een vriezer is volgens eiser noodzakelijk, zodat hij op een duurzame en economische wijze in zijn levensonderhoud kan voorzien. Ten aanzien van de wasdroger stelt eiser dat dit noodzakelijke kosten zijn omdat sprake is van een tweepersoonshuishouden en niet kan worden volstaan met een regulier droogrek. Ook de televisie is noodzakelijk voor eiser en zijn vrouw om langs de weg van mediavoorziening de Nederlandse taal en cultuur eigen te maken.
Toetsingskader
6. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
6.1.
Het recht op bijzondere bijstand is geregeld in artikel 35, eerste lid, van de PW. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) dient bij de toepassing van dit artikel eerst beoordeeld te worden of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de betrokkene noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Ten slotte dient de vraag te worden beantwoord of de kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm. [1]
6.2.
Volgens vaste rechtspraak van de CRvB [2] bestrijkt de door de rechter te beoordelen periode in geval van een aanvraag om bijstand de periode vanaf de datum van de aanvraag tot en met de datum van het primair besluit. In dit geval loopt de te beoordelen periode van 4 januari 2025 tot en met 17 februari 2025.
Oordeel van de rechtbank
Bed met toebehoren
7. Het college stelt dat de kosten van een bed, een matras, een moltonhoes, een dekbed, een dekbedhoes en sloop, een hoes, een kussen en een linnenkast zich niet voordoen. Tijdens het huisbezoek van 15 januari 2025 beschikte eiser over een compleet tweepersoonsbed met beddengoed en een garderobekast. Eiser erkent dat de kosten voor de linnenkast zich niet voordoen, omdat hij een linnen-/garderobekast heeft overgenomen van de vorige bewoner. Hij stelt dat de kosten voor het bed met toebehoren zich wel voordoen, omdat het aanwezige bed in bruikleen was en in maart 2025 terug is gegeven aan de eigenaar.
7.1.
De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat ten tijde van het primaire besluit er feitelijk een bed met toebehoren in de woning aanwezig was. Op het moment van de beoordeling door het college was niet gebleken dat, en zo ja wanneer, eiser deze goederen moest teruggeven. Eiser heeft dit niet onderbouwd. Het is aan de aanvrager om aan te tonen dat de kosten waarvoor hij bijzondere bijstand aanvraagt ook daadwerkelijk zijn of worden gemaakt. [3] Ter zitting heeft eiser te kennen gegeven dat het hem vooraf ook niet duidelijk was wanneer hij het bed en toebehoren moest teruggeven. Ook in de bezwaarfase, toen het bed volgens eiser al was teruggegeven, heeft eiser dit niet kenbaar gemaakt aan het college. Daardoor is de noodzaak voor vervanging van deze gebruiksgoederen niet gebleken en is niet aannemelijk dat de kosten zich voordeden. Het college is in het bestreden besluit terecht bij de afwijzing van de bijzondere bijstand voor deze kosten gebleven, waarbij het college overigens heeft opgemerkt dat opnieuw een aanvraag kan worden gedaan wanneer het bed teruggegeven is.
Verlichting en gordijnen
7.2.
Het college heeft vastgelegd dat de kosten voor de verlichting en de gordijnen zich wel voordoen, maar dat deze kosten in het individuele geval van eiser niet noodzakelijk zijn, omdat de verhuizing van Amsterdam naar [plaats] niet noodzakelijk was. Volgens eiser was de verhuizing wel noodzakelijk met het oog op de gezinshereniging met zijn vrouw en hun toekomstplannen om een gezin te stichten.
7.3.
De rechtbank overweegt dat inrichtingskosten tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van bestaan moeten worden gerekend. Niet is gebleken dat de kosten van verlichting en gordijnen in het individuele geval van eiser noodzakelijk waren. Eiser heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat het (bijvoorbeeld om medische of sociale redenen) onhoudbaar was om in de woning in Amsterdam te blijven wonen. Ter zitting heeft eiser desgevraagd te kennen gegeven dat het feitelijk wel mogelijk was dat zijn vrouw bij hem in de woning in Amsterdam zou komen wonen, maar dat een grotere woning nodig was omdat zij een gezin willen stichten. De rechtbank begrijpt dat het voor eiser met het oog op zijn toekomstplannen wenselijk is om groter te wonen, maar daarmee is nog niet de noodzaak van de verhuizing gegeven. Als de verhuizing niet noodzakelijk is, volgt daaruit ook dat de kosten van de woninginrichting, in dit geval de verlichting en de gordijnen, niet noodzakelijk zijn. [4] Dat het college ten aanzien van een aantal andere inrichtingskosten (de vierpersoonseettafel, vier eettafelstoelen, een wandmeubel en een stofzuiger) wel noodzaak heeft aangenomen maakt dit niet anders. Eiser beschikte ook in zijn vorige woning al niet over de betreffende goederen. Dat die kosten zich voordoen is dan niet het gevolg van de verhuizing. Of de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, behoeft dan geen bespreking meer. De rechtbank komt daarom niet toe aan de vraag of de verhuizing voorzienbaar was en of eiser voor die kosten heeft kunnen reserveren. Dit betekent dat het college de aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van de verlichting en de gordijnen terecht heeft afgewezen, omdat geen sprake was van noodzakelijke kosten.
Vriezer
7.4.
Volgens het college bestaat voor de vriezer geen noodzaak, omdat eiser de beschikking heeft over een koelkast. Eiser stelt dat koelen iets anders is dan vriezen. Hij heeft er belang bij dat hij (overgebleven) voedsel voor de langere termijn kan invriezen zodat hij op een duurzame en economische wijze in zijn levensonderhoud kan voorzien. Daarnaast zijn diepvriesproducten goedkoper.
7.5.
De rechtbank begrijpt dat het voor eiser wenselijk is om te kunnen beschikken over een vriezer, maar het is niet gebleken dat het in zijn geval noodzakelijk is. Eiser heeft immers de mogelijkheid om levensmiddelen te bewaren in de koelkast. Dat een koelkast met een vriesvak sinds 15 oktober 2025 in de Beleidsregels Individuele bijzondere bijstand 2025 gemeente Tilburg (Beleidsregels) als essentieel gebruiksgoed vermeld staat, maakt dit niet anders. Enerzijds waren deze Beleidsregels nog niet van toepassing ten tijde van het bestreden besluit. Anderzijds heeft het college ter zitting toegelicht dat hiermee slechts is beoogd te verduidelijken dat een noodzakelijk te achten koelkast een vriesvak mag bevatten, maar dat dit nog niet de vriezer noodzakelijk maakt. Eiser heeft ter zitting nog gewezen op vermelding van de vriezer in de Nibud Prijzengids 2024-2025. Deze gids vermeldt de gangbare prijzen van artikelen die een gemiddeld huishouden in Nederland als inboedel heeft, en ziet niet op de noodzakelijkheid van de kosten in het individuele geval. Het college heeft dan ook terecht de aanvraag om bijzondere bijstand voor de vriezer afgewezen, omdat de noodzakelijkheid ontbreekt.
Wasdroger
7.6.
Volgens het college is een wasdroger ook niet noodzakelijk, omdat eiser gebruik kan maken van een droogrek. Eiser stelt dat het wel noodzakelijk is, omdat hij een tweepersoons huishouden heeft en beperkte ruimte heeft voor een droogrek. Ter zitting heeft eiser zijn standpunt aangevuld met de toelichting dat het in Nederland meer koud is dan warm, wat volgens hem betekent dat de verwarming aan zou moeten om de was snel te kunnen drogen. Anders ontstaat er door vocht schimmelvorming in de woning. Bovendien brengt het aanzetten van de verwarming kosten met zich mee.
7.7.
De rechtbank overweegt dat de kosten van een wasdroger niet kunnen worden aangemerkt als algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, omdat wasgoed aan de lucht kan worden gedroogd. Het is in aan de aanvrager om feiten en omstandigheden aannemelijk te maken op grond waarvan in het specifieke geval de gevraagde kosten wel als noodzakelijke kosten aangemerkt moeten worden. [5] Uit wat eiser heeft aangevoerd, is niet af te leiden dat eiser is aangewezen op een wasdroger en dat niet kan worden volstaan met het drogen van zijn was op een droogrek. [6] Het college heeft de aanvraag om bijzondere bijstand voor de wasdroger daarom terecht afgewezen, omdat de noodzakelijkheid ontbreekt.
Televisie
7.8.
Het college stelt dat voor een televisie geen noodzaak bestaat, omdat de vrouw van eiser op andere manieren kan kennisnemen van de Nederlandse taal en cultuur, zoals met taallessen en inburgeringslessen. Eiser stelt dat een televisie wel noodzakelijk is, met name voor zijn vrouw, om de Nederlandse taal en cultuur eigen te maken. Ter zitting heeft eiser daarop aangevuld dat hij toegang wil hebben tot de informatievoorziening van de publieke omroepen. De publieke omroepen worden uit publieke middelen betaald en daaruit zou volgens eiser de noodzaak blijken dat iedereen er toegang tot heeft.
7.9.
De rechtbank is van oordeel dat eiser de noodzaak van een televisie niet aannemelijk heeft gemaakt. Wellicht kan het kijken van Nederlandse televisie behulpzaam zijn bij het leren van de Nederlandse taal en cultuur, maar dat maakt het nog niet noodzakelijk. Er zijn daarvoor ook andere manieren. Daarbij komt dat eiser ter zitting te kennen heeft gegeven dat zijn vrouw toegang heeft tot taallessen en inburgeringslessen en dat zij beiden over een telefoon beschikken waarmee zij toegang hebben tot informatievoorziening. Zij zijn daarvoor dus niet afhankelijk van de televisie. [7] Het college heeft de aanvraag om bijzondere bijstand voor de televisie dus terecht afgewezen, omdat de noodzakelijkheid ontbreekt.
Keukenstoel en nachtkastje
7.10.
De rechtbank is van oordeel dat het college ook terecht de aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van een keukenstoel en nachtkastje heeft afgewezen. Eiser heeft de noodzaak van een nachtkastje niet onderbouwd. Ter zitting heeft eiser te kennen gegeven dat een keukenstoel niet noodzakelijk is, nu hij eetkamerstoelen heeft.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college terecht de aanvraag om bijzondere bijstand (gedeeltelijk) heeft afgewezen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.E.C. Vriends, rechter, in aanwezigheid van S.E. van Noort, griffier, op 18 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Bijlage: wettelijk kader

Participatiewet
Artikel 35, eerste lid
Onverminderd paragraaf 2.2, heeft de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, bedoeld in artikel 36, de studietoeslag, bedoeld in artikel 36b, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn. Het college bepaalt het begin en de duur van de periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen.
Beleidsregels Individuele bijzondere bijstand 2025 gemeente Tilburg
Artikel 3.1, vierde lid
Voor de hoogte van de bijzondere bijstand voor de essentiële duurzame gebruiksgoederen, zoals opgenomen in lid 2 van dit artikel gelden de volgende percentages van de Nibud prijzengids:
- Wasmachine 120%
- Koelkast met vriesvak 120%
- Kooktoestel 100%
- Bed + bodem 100%
- 1- persoonsmatras 150%
Artikel 9.4Deze beleidsregels treden in werking per 15 oktober 2025.

Voetnoten

1.CRvB 29 mei 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1620.
2.CRvB 22 juni 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1533.
3.CRvB 19 juni 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1152.
4.CRvB 22 november 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2570.
5.CRvB 21 december 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:3302.
6.Vergelijk CRvB 27 september 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2111 en CRvB 31 januari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:375.
7.Vergelijk CRvB 27 september 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2111.