Eiser heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor diverse inboedelkosten na zijn verhuizing van Amsterdam naar Tilburg, waaronder een bed, verlichting, gordijnen, vriezer, wasdroger, televisie, keukenstoel en nachtkastje. Het college heeft de aanvraag gedeeltelijk toegekend, maar voor een groot deel afgewezen vanwege het ontbreken van noodzakelijkheid en het feit dat sommige kosten zich niet voordeden.
De rechtbank heeft het beroep van eiser behandeld en beoordeeld aan de hand van de wettelijke criteria voor bijzondere bijstand. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de kosten zich voordeden of noodzakelijk waren. Zo was er ten tijde van het besluit een bed aanwezig, en was de verhuizing niet noodzakelijk voor de gezinshereniging of andere bijzondere omstandigheden.
Verder werd geoordeeld dat de kosten voor verlichting, gordijnen, vriezer, wasdroger, televisie, keukenstoel en nachtkastje niet noodzakelijk waren. De rechtbank verwees naar het feit dat alternatieven beschikbaar waren en dat de verhuizing niet als noodzakelijk werd gezien. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het college heeft de afwijzing van bijzondere bijstand terecht gehandhaafd.