ECLI:NL:CRVB:2022:2591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde weigering WIA-uitkering wegens tegenstrijdige medische beoordeling
Appellant, voormalig magazijnmedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekte en arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde deze uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn en de vermeende toename van klachten voortkomt uit een andere ziekteoorzaak dan eerder vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en vond het onderzoek zorgvuldig en gemotiveerd. Appellant stelde in hoger beroep dat de medische beoordeling op aannames berustte en dat de neuroloog geen concrete antwoorden gaf, waardoor de motivering van het besluit onvoldoende was.
De Raad concludeert dat de medische rapporten tegenstrijdigheden bevatten, met name tussen de conclusies over toegenomen klachten en de oorzaak daarvan. Hierdoor is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd in strijd met artikel 7:12 Awb Pro.
De Raad beveelt het UWV aan het besluit binnen zes weken te herstellen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit is onvoldoende gemotiveerd en het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen.