ECLI:NL:CRVB:2022:2599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking partnertoeslag AOW wegens te hoog partnerinkomen in 2014
Appellante ontving vanaf februari 2014 een partnertoeslag op haar AOW-uitkering, gebaseerd op een verlaagd inkomen van haar partner. Na ontvangst van de definitieve inkomstenbelastinggegevens bleek het inkomen van haar partner in 2014 hoger dan het toegestane grensbedrag, waardoor de toeslag ten onrechte werd toegekend.
De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft de toeslag ingetrokken met terugwerkende kracht vanaf februari 2014 en het teveel betaalde bedrag teruggevorderd. Appellante voerde aan dat het hanteren van het inkomen uit 2014 niet redelijk en billijk was en dat een ander peiljaar had moeten worden gekozen. Tevens stelde zij dat de procedure onnodig leed veroorzaakte.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het inkomen volgens de wettelijke regels per kalendermaand moet worden toegerekend en dat het hogere inkomen inherent is aan het zelfstandig ondernemerschap van de partner. Er was geen sprake van een incidentele stijging die een uitzondering zou rechtvaardigen. Ook was er geen grond voor het afzien van herziening of intrekking wegens dringende redenen.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en liet de intrekking van de toeslag met terugwerkende kracht in stand. Partijen spraken af overleg te voeren over de invordering van het teruggevorderde bedrag.
Uitkomst: De intrekking van de partnertoeslag AOW met terugwerkende kracht wordt bevestigd.