ECLI:NL:CRVB:2022:2608
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onzorgvuldig medisch onderzoek bij WIA-uitkeringsweigering
Appellant, voormalig chef kok, vroeg een WIA-uitkering aan na langdurige ziekte met fysieke en mentale klachten. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn, gebaseerd op een telefonisch medisch onderzoek en een functionele mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het telefonisch onderzoek voldoende was en dat eerdere fysieke onderzoeken in het kader van de Ziektewet beoordeling voldoende waren. Appellant stelde in hoger beroep dat het onderzoek onzorgvuldig was omdat er geen fysiek spreekuurcontact met een verzekeringsarts had plaatsgevonden, terwijl hij ernstige psychische en lichamelijke klachten had.
De Centrale Raad oordeelt dat het ontbreken van een spreekuurcontact in de bezwaarfase onzorgvuldig is, mede omdat appellant zich tijdens het telefonische contact niet goed kon uiten en aanvullende klachten had. De Raad vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de Awb en draagt het UWV op om binnen acht weken een nieuw onderzoek door een verzekeringsarts te laten uitvoeren tijdens een spreekuurcontact.
De overige gronden van het hoger beroep blijven onbesproken en er wordt nog geen uitspraak gedaan over de proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het UWV-besluit wordt vernietigd wegens onzorgvuldig medisch onderzoek zonder spreekuurcontact en het UWV moet een nieuw onderzoek laten uitvoeren.