ECLI:NL:CRVB:2022:2628
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet nakomen arbeidsverplichting
Appellanten ontvingen bijstand en appellant werkte parttime als kapper. Het college trok bijstand in vanwege het niet opgegeven extra werk en schending van de inlichtingenplicht. Appellanten vroegen opnieuw bijstand aan, maar appellant verscheen niet op de afgesproken startdata bij een nieuwe werkgever en tekende de arbeidsovereenkomst niet.
Het college verlaagde de bijstand als maatregel met 100% voor een maand en later voor twee maanden vanwege recidive. Het bezwaar van appellanten tegen deze maatregelen werd ongegrond verklaard door het college en de rechtbank. In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij geen extra uren hadden gewerkt en dat hun verklaringen consistent waren.
De Raad oordeelde dat de hoger beroepsgronden betrekking hadden op een ander besluit dat reeds vaststond en niet op de nu bestreden besluitvorming. Omdat appellanten geen aanvullende gronden indienden, kon het hoger beroep niet slagen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees proceskosten af.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wegens niet nakomen van de arbeidsverplichting wordt bevestigd.