ECLI:NL:CRVB:2022:2633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging urenomvang maatwerkvoorziening Ondersteuning Zelfstandig Leven
Appellante, met lichamelijke en psychische beperkingen, ontving van het college een maatwerkvoorziening Ondersteuning Zelfstandig Leven (OZL) van 2 uur per week. Na een melding en keukentafelgesprek in november 2018 werd deze urenomvang bevestigd in een besluit van januari 2019. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat meer uren nodig waren vanwege relationele problemen en huishoudelijke spanningen.
Het college handhaafde het besluit, onder verwijzing naar het ondersteuningsplan en het feit dat de huishoudelijke ondersteuning was aangepast. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de 2 uur per week passend waren voor de situatie van appellante tot december 2019, waarna een verhoging naar 3 uur per week volgde op basis van nieuw onderzoek.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het college onvoldoende rekening had gehouden met haar situatie en onvoldoende had onderbouwd dat 2 uur per week voldoende was. Ook stelde zij dat het besluit van december 2019 ten onrechte niet was betrokken in de procedure. De Raad verwierp deze gronden, oordeelde dat appellante onvoldoende belang had bij het betrekken van het latere besluit en dat het college adequaat had gehandeld binnen het beleidskader.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de urenomvang van 2 uur per week OZL passend is en wijst het hoger beroep af.