ECLI:NL:CRVB:2022:2638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet tijdig afsluiten zorgverzekering volgens Zvw
Appellant, een student met de Surinaamse nationaliteit die in Nederland werkt, sloot een internationale zorgverzekering bij AON af. Het CAK maande hem op 15 november 2019 aan om binnen drie maanden een zorgverzekering volgens de Zorgverzekeringswet (Zvw) af te sluiten, met een waarschuwing voor een boete bij niet-naleving.
Op 24 februari 2020 legde het CAK een boete van €410,49 op omdat appellant niet aan deze verplichting had voldaan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij de aanmaning niet had ontvangen en dat de boete te hoog was gezien zijn beperkte financiële draagkracht.
De Raad oordeelde dat appellant de aanmaning wel degelijk had ontvangen en dat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet wist dat zijn verzekering niet voldeed aan de Zvw. Het CAK had verwezen naar een overzicht van erkende zorgverzekeraars waarin AON niet voorkwam. Appellant had geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die tot vermindering of afzien van de boete konden leiden. Ook het beroep op beperkte financiële draagkracht werd verworpen omdat appellant de boete had betaald zonder financiële problemen te ondervinden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De boete wegens het niet tijdig afsluiten van een zorgverzekering volgens de Zvw wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.