ECLI:NL:CRVB:2022:2643
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en vergoeding proceskosten en schade
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen beslissingen van het UWV inzake WIA- en ZW-uitkeringen. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing genomen waarin appellant alsnog een loongerelateerde WGA-uitkering werd toegekend. Hierdoor trok appellant de hoger beroepen in en verzocht om vergoeding van proceskosten en schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad heeft het verzoek tot proceskostenvergoeding toegewezen en het UWV veroordeeld tot betaling van de redelijke kosten die appellant heeft gemaakt in bezwaar, beroep en hoger beroep. Daarnaast heeft de Raad de Staat veroordeeld tot een schadevergoeding van € 2.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn, die in deze zaak met 22 maanden werd overschreden.
De Raad heeft ook vastgesteld dat in de samenhangende zaak ZW geen aanvullende schadevergoeding wordt toegekend vanwege gezamenlijke behandeling. Verder zijn reiskosten deels vergoed en is de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in verband met het schadevergoedingsverzoek.
De uitspraak is gedaan zonder zitting, op basis van schriftelijke stukken en een deskundigenrapport, en bevestigt het belang van tijdige besluitvorming en adequate vergoeding bij overschrijding van redelijke termijnen in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en de Staat tot een schadevergoeding van € 2.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.