Uitspraak
21.3212 ZW
mr. I.L.M. Dunselman.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als laborant/procesoperator en meldde zich ziek met klachten door voedselvergiftiging en psychische problemen. Het UWV stelde vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen op basis van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek. Hierdoor werd de Ziektewetuitkering ingetrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende waren onderbouwd en appellant zijn beperkingen niet met medische stukken had aangetoond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat zijn beperkingen werden onderschat, met name door klachten van duizeligheid en voetpijn.
De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de voetklachten niet actueel waren en dat de duizeligheid pas na de intrekking was ontstaan. Er was geen reden om een deskundige te benoemen. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en oordeelde dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen, waardoor de intrekking van de uitkering terecht is.
Uitkomst: De intrekking van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.