ECLI:NL:CRVB:2022:2718
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing door verzet aan te tekenen, stellende dat de Sociale verzekeringsbank (Svb) het griffierecht zou moeten betalen en dat hem onrecht werd aangedaan.
De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet tijdens een zitting waarbij partijen niet verschenen. De Raad overwoog dat appellant zelf verantwoordelijk is voor de betaling van het griffierecht en dat de argumenten in het verzetschrift geen aanleiding geven tot een ander oordeel. Een inhoudelijke behandeling van de zaak werd daarom niet mogelijk geacht.
Het verzet werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Raad zag geen reden om de procedure terug te verwijzen naar de rechtbank. De uitspraak werd gedaan door rechter J.C. Boeree, met griffier Y. Fatni, op 16 december 2022.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht is ongegrond verklaard.