ECLI:NL:CRVB:2022:2718

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 december 2022
Publicatiedatum
16 december 2022
Zaaknummer
22 / 652 AOW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing door verzet aan te tekenen, stellende dat de Sociale verzekeringsbank (Svb) het griffierecht zou moeten betalen en dat hem onrecht werd aangedaan.

De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet tijdens een zitting waarbij partijen niet verschenen. De Raad overwoog dat appellant zelf verantwoordelijk is voor de betaling van het griffierecht en dat de argumenten in het verzetschrift geen aanleiding geven tot een ander oordeel. Een inhoudelijke behandeling van de zaak werd daarom niet mogelijk geacht.

Het verzet werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Raad zag geen reden om de procedure terug te verwijzen naar de rechtbank. De uitspraak werd gedaan door rechter J.C. Boeree, met griffier Y. Fatni, op 16 december 2022.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht is ongegrond verklaard.

Uitspraak

Datum uitspraak: 16 december 2022
22/652 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 25 januari 2022, 20/453 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

In de uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 30 augustus 2022 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 2 december 2022. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 30 augustus 2022 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet betaald is en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In het door appellant ingediende verzetschrift wordt aangevoerd dat appellant van mening is dat de Svb het griffierecht behoort te betalen. Appellant vindt dat hem onrecht wordt aangedaan en komt daarom in verzet.
In zijn brief van 2 november 2022 deelt appellant mede dat hij geen gebruik zal maken van de uitnodiging zijn verzet mondeling toe te lichten. Appellant uit zijn onvrede met betrekking tot de rechtsgang en vraagt de Raad de procedure in hoger beroep terug te verwijzen naar de rechtbank met als doel een uitspraak die ziet op de daadwerkelijke inhoudelijke behandeling in plaats van de beoordeling van de ontvankelijkheid.
De Raad overweegt dat in de uitspraak van 30 augustus 2022 goed is uitgelegd waarom eiser zelf verantwoordelijk is voor het betalen van het griffierecht. Zijn argumenten in het verzetschrift leiden niet tot een ander oordeel.
Dit betekent dat het verzet ongegrond moet worden verklaard. Voor een terug verwijzing naar de rechtbank is dan ook geen aanleiding.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van Y. Fatni als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 december 2022.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) Y. Fatni