Uitspraak
21.4092 WSF
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 8 april 2020 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene stond tot juni 2019 ingeschreven op het adres van zijn ouders en daarna op een ander brp-adres. De minister kende studiefinanciering toe op basis van uitwonende status, maar herzag dit na een huisbezoek van controleurs die concludeerden dat betrokkene niet op het brp-adres woonde. De minister reviseerde de studiefinanciering en legde een bestuurlijke boete op.
De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en de besluiten vernietigd, omdat zij oordeelde dat er sprake was van zeer bijzondere omstandigheden die nader onderzoek vereisten. Betrokkene stelde dat de verklaring van de hoofdbewoner berustte op miscommunicatie.
De Raad oordeelt dat de verklaring van de hoofdbewoner duidelijk en ondubbelzinnig is en dat het rapport van de controleurs voldoende feitelijke grondslag biedt om aan te nemen dat betrokkene niet op het brp-adres woonde. Er zijn geen objectieve aanwijzingen voor miscommunicatie en de aanvullende verklaring van de hoofdbewoner weegt niet zwaar. Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot terugvordering studiefinanciering wordt ongegrond verklaard.