ECLI:NL:CRVB:2022:272
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet, welke door het college werd ingetrokken omdat hij niet in Nederland woonde. Na een herzieningsverzoek en bezwaar verklaarde de rechtbank het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat hij het griffierecht niet had betaald.
Appellant stelde betalingsonmacht, maar gaf niet tijdig gehoor aan het verzoek om zijn financiële situatie te onderbouwen. De rechtbank wees het beroep op betalingsonmacht af omdat de stukken te laat werden ingediend en niet overtuigend waren. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De Raad overwoog dat volgens de Awb het griffierecht binnen vier weken betaald moet zijn, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is. Appellant voldeed niet aan de criteria voor vrijstelling omdat hij niet tijdig zijn inkomen en vermogen had aangetoond.
De Raad concludeert dat de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard en komt niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de bijstandsgeschillen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.