Uitspraak
21 798 WMO15
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een maatwerkvoorziening voor vervoer in de vorm van een gesloten buitenwagen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Het college wees dit verzoek af, onder verwijzing naar medisch advies van het Indicatieadviesbureau Amsterdam (IAB). Appellante stelde in bezwaar en hoger beroep dat zij vanwege haar medische en functionele beperkingen en de problematiek van haar zoon wel degelijk recht had op deze voorziening.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college het bestreden besluit terecht baseerde op het advies van het IAB van 18 april 2019. Dit advies was zorgvuldig tot stand gekomen na een medisch onderzoek en dossierstudie. Volgens het advies kon appellante adequaat in haar vervoersbehoefte voorzien door lopen, openbaar vervoer, fiets of scooter, en was een gesloten buitenwagen niet noodzakelijk. Ook voor het vervoer van haar zoon was er een alternatief in de vorm van leerlingenvervoer.
De Raad verwierp het beroep van appellante en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Tevens wees de Raad het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de totale procedure binnen de vierjaarstermijn bleef. Er was geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een gesloten buitenwagen en wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af.