Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, rolstoelgebonden en met verminderde armkracht, kocht in juni 2019 een woning in Heerlen en vroeg om een maatwerkvoorziening in de vorm van een lift en een spoel-föhnfunctie voor het toilet op de eerste verdieping. Het college wees de aanvraag af omdat zij verhuisde naar een woning die niet geschikt was zonder voorafgaande schriftelijke toestemming, zoals vereist in de Verordening maatschappelijke ondersteuning Heerlen 2020.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de woning aanzienlijke aanpassingen nodig had (minimaal € 28.000,-) en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat er geen geschikte woning beschikbaar was. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij geen andere keuze had en dat er telefonisch overleg was geweest over woningaanpassingen, wat echter onvoldoende was.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het college terecht de aanvraag afwees op grond van artikel 5, tweede lid, aanhef en onder e, van de Verordening. Er was geen schriftelijke toestemming vooraf en appellante maakte niet aannemelijk dat er geen geschikte woning beschikbaar was. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat daarvoor geen grond bestond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de aanvraag woningaanpassing wordt bevestigd.