ECLI:NL:CRVB:2022:2752
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens overschrijding verdiencapaciteit na ongeval
Appellant was werkzaam als bezorger en meldde zich ziek na een auto-ongeluk met pijnklachten. Het dienstverband eindigde kort daarna en het UWV kende een Ziektewetuitkering toe. Na een eerstejaars beoordeling stelde een verzekeringsarts met een Functionele Mogelijkhedenlijst vast dat appellant belastbaar was. Een arbeidsdeskundige berekende dat appellant 88,97% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waarna het UWV de uitkering beëindigde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren beoordeeld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn lichamelijke en psychische klachten, waaronder whiplash en paniekaanvallen, onvoldoende waren meegewogen en dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door geen informatie bij de huisarts in te winnen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. Er was geen sprake van conflicterende medische standpunten en appellant had geen aanvullende medische informatie overgelegd. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen. De Raad concludeerde dat het UWV terecht de Ziektewetuitkering beëindigde omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.