ECLI:NL:CRVB:2022:2763
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens verdiencapaciteit boven 65 procent
Appellante was werkzaam als supermarktmedewerker en kreeg na ziekte een Ziektewetuitkering toegekend. Na een eerstejaars beoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen, waarop het Uwv haar ziekengeld beëindigde.
Appellante voerde in bezwaar en beroep aan dat haar beperkingen, waaronder fibromyalgie, PTSS en depressie, onvoldoende waren meegewogen en dat zij ADL-afhankelijk was, ondersteund door medische verklaringen. De rechtbank en de Raad oordeelden echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen adequaat waren meegenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde dat appellante weliswaar klachten heeft, maar niet ADL-afhankelijk is en dat de geselecteerde functies passend zijn. De Raad concludeert dat er geen nieuwe medische informatie is die het eerdere oordeel ondermijnt en bevestigt het besluit tot beëindiging van de uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen.