ECLI:NL:CRVB:2022:2775
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering ouderdomspensioen wegens niet-melding huwelijk en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving vanaf juli 2015 een AOW-pensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde, terwijl hij op 28 augustus 2015 trouwde. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) herzag het pensioen en vorderde €23.255,30 terug. Tevens werd een boete opgelegd wegens het niet melden van het huwelijk.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de herziening ongegrond, maar matigde de boete van €5.800 naar €2.900. Appellant voerde aan dat het huwelijk onder dwang was gesloten en niet rechtsgeldig, en dat hij gerechtvaardigd mocht aannemen dat hij als alleenstaande werd beschouwd.
De Raad oordeelt dat het huwelijk rechtsgeldig is en dat appellant niet duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote. De inlichtingenplicht is geschonden omdat appellant het huwelijk niet tijdig meldde, ondanks eerdere contacten met de Svb waarin werd gewezen op meldingsplicht. De boete is passend vastgesteld op €2.900. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van het AOW-pensioen en handhaaft de boete van €2.900 wegens schending van de inlichtingenplicht.