Uitspraak
21.1483 WLZ
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 20 oktober 2020 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, geboren in 2001, lijdt aan meerdere aandoeningen waaronder osteogenesis imperfecta, een bloedstollingstoornis, epilepsie en een autismespectrumstoornis, en heeft een omvangrijke zorgbehoefte. Hij vroeg op 12 juni 2020 langdurige zorg aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz), maar het CIZ wees deze aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld dat hij blijvend 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig had.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en oordeelde dat hij wel aan de voorwaarden van artikel 3.2.1, eerste lid, Wlz voldeed. Het CIZ ging hiertegen in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het CIZ zich op zorgvuldige medische adviezen baseerde, die niet onjuist of onzorgvuldig waren.
De medische adviezen geven aan dat betrokkene levenslang begeleiding nodig heeft vanwege zijn psychiatrische problematiek, maar dat het niet vaststaat dat hij blijvend 24 uur per dag zorg in de nabijheid behoeft. Betrokkene is leerbaar en kan baat hebben bij behandeling en begeleiding. De Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het CIZ-besluit ongegrond.
Daarnaast werd besproken dat betrokkene op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) een maatwerkvoorziening ontvangt voor begeleiding van zes uur per week, wat hij onvoldoende vindt. De Raad adviseerde betrokkene een nieuwe aanvraag te doen bij het college van burgemeester en wethouders voor meer begeleiding, waarbij het CIZ ondersteuning kan bieden.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 december 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het CIZ wordt ongegrond verklaard omdat betrokkene geen blijvende behoefte heeft aan 24 uur per dag zorg in de nabijheid.