ECLI:NL:CRVB:2022:2804
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen beslissingen van het UWV, maar heeft deze beroepen ingetrokken nadat het UWV op 29 april 2022 een gewijzigde beslissing op bezwaar heeft genomen die volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellant.
De Raad heeft vervolgens overwogen dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan, hier het UWV, op verzoek kan worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten zijn begroot op in totaal €6.965,87, inclusief reiskosten.
Daarnaast is het UWV veroordeeld tot vergoeding van de wettelijke rente over het proceskostenbedrag. Vergoeding van griffierechten kan appellant rechtstreeks bij het UWV vorderen.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 december 2022 en betreft de zaken 19/2347 en 20/3285 WAO.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €6.965,87 aan proceskosten en vergoeding van wettelijke rente na intrekking van het hoger beroep.