Uitspraak
21 2998 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was laatstelijk werkzaam als supermarktmedewerker en meldde zich in 2014 ziek met fysieke en psychische klachten. Na diverse WIA-uitkeringen werd in 2020 de WGA-vervolguitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%. Het UWV stelde bij een herbeoordeling in 2020 vast dat appellant 58,21% arbeidsongeschikt was, maar bij bezwaar en beroep werd dit herzien tot minder dan 35%, waarna de uitkering werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De medische beoordeling hield rekening met zowel fysieke als psychische beperkingen, waarbij geen ernstige psychiatrische stoornis werd vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn klachten en dat het onderzoek onzorgvuldig was, met name omdat geen informatie was opgevraagd bij zijn psycholoog.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheid was gebaseerd medisch geschikt waren. De Raad verwierp de herhaalde bezwaren van appellant en bevestigde de beëindiging van de WGA-vervolguitkering. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De WGA-vervolguitkering van appellant wordt beëindigd omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.