ECLI:NL:RBMNE:2021:4370
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid afgewezen
Eiser was sinds 2007 werkzaam als supermarktmedewerker en ontving vanaf 2014 diverse uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid. Verweerder stelde in maart 2020 vast dat eiser voor 58,21% arbeidsongeschikt was en kende een WGA-vervolguitkering toe. Bij besluit van november 2020 werd deze uitkering beëindigd omdat eiser volgens nieuwe medische en arbeidskundige rapportages minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn.
Eiser voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en onvoldoende rekening hield met zijn psychische en lichamelijke klachten. De rechtbank oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die een compleet medisch beeld had en het oordeel van een psychiater zwaarder woog dan dat van een psycholoog. De klachten van eiser werden gezien als aanpassingsproblematiek zonder ernstige psychiatrische stoornis.
Ook de arbeidskundige beoordeling werd door de rechtbank gevolgd. Eiser had geen objectiveerbare medische informatie overgelegd die aanleiding gaf tot twijfel aan de juistheid van de beoordeling. De rechtbank concludeerde dat eiser geschikt was voor werk in een voorspelbare, stressarme en fysiek niet te belastende omgeving.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de beëindiging van de WIA-uitkering bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de beëindiging van zijn WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.