ECLI:NL:CRVB:2022:299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken procesbelang en schadevergoeding overschrijding redelijke termijn
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV omtrent zijn WIA-uitkering en tevens een verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn ingediend. Tijdens de procedure kende het UWV alsnog een IVA-uitkering toe met terugwerkende kracht per 10 november 2015, waardoor het geschil kwam te vervallen.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Daarnaast oordeelde de Raad dat de redelijke termijn voor de gehele procedure was overschreden met ongeveer twaalf maanden, wat aanleiding gaf tot toekenning van een immateriële schadevergoeding van €1.000,- aan appellant.
De Raad stelde vast dat de totale procedure ruim vier jaar en tien maanden had geduurd, waarbij de behandeling van het bezwaar minder dan zes maanden in beslag had genomen, maar de rechterlijke fase de redelijke termijn had overschreden. Tevens werden de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep, alsmede het griffierecht, door het UWV vergoed. De Staat werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken procesbelang en schadevergoeding van €1.000,- toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.