ECLI:NL:CRVB:2022:34
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WIA- en ZW-uitkeringen ondanks medische situatie appellant
Appellant ontving vanaf november 2010 tot augustus 2012 een Ziektewet-uitkering en vanaf augustus 2012 een WIA-uitkering. Na een onderzoek van het UWV naar onrechtmatige betalingen, waarbij werd vastgesteld dat appellant in detentie zat en werkte zonder dit te melden, werden terugvorderingen opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat hij de inlichtingenplicht had geschonden en onvoldoende medische onderbouwing leverde om dit te rechtvaardigen. Appellant voerde aan dat zijn medische situatie hem verhinderde om de informatie te verstrekken en dat terugvordering onredelijk was.
In hoger beroep herhaalde appellant deze gronden en overhandigde medische informatie van GGZ Centraal uit 2021. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze informatie niet relevant was voor de perioden van terugvordering en onderschreef het oordeel van de rechtbank. Het hoger beroep werd verworpen en de terugvordering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de terugvordering van onverschuldigde uitkeringen bevestigd.