ECLI:NL:CRVB:2022:352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek bevestigd
Appellante was werkzaam als interieurverzorgster en meldde zich ziek met lichamelijke klachten. Het UWV beoordeelde haar belastbaarheid en stelde vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen, waarna de ZW-uitkering werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat haar fysieke beperkingen niet goed waren meegewogen, onderbouwd met een rapport van een revalidatiearts.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en uitgebreid was verricht, dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat de aanvullende medische informatie geen aanleiding gaf tot herziening van de belastbaarheid. Ook was het UWV voldoende gemotiveerd in de geschiktheid van de geselecteerde functies.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de ZW-uitkering van appellante heeft beëindigd.