ECLI:NL:CRVB:2022:384
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens voldoende verdiencapaciteit na ziekte
Appellante, werkzaam als telefoniste, meldde zich ziek met meerdere klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het Uwv vast dat zij met beperkingen nog 93,43% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde het ziekengeld.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar beperkingen, met name bij zittend werk en vanwege fibromyalgie, niet voldoende waren erkend. De verzekeringsarts bezwaar en beroep en arbeidsdeskundige bevestigden echter de eerdere bevindingen en pasten de functionele mogelijkhedenlijst aan, zonder aanleiding voor een urenbeperking.
De rechtbank vernietigde het besluit deels, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Uwv de beperkingen adequaat had vastgesteld, de medische rapporten toereikend waren en de geselecteerde functies passend. De Raad verwierp het beroep van appellante en bevestigde het besluit tot beëindiging van het ziekengeld.
De Raad vond dat de door appellante aangevoerde aanvullende medische stukken niet relevant waren voor de datum in geschil en dat de STECR-richtlijn geen aanleiding gaf tot meer beperkingen. Er was geen grond voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.