Appellant ontving bijstand op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz 2004) en later de Participatiewet (PW). Na een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand, waarbij bleek dat appellant meerdere stortingen op zijn bankrekening niet had gemeld, trok het college de bijstand over de periode van 1 mei 2017 tot en met 31 juli 2018 in.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het college onvoldoende reden had voor het onderzoek en dat hij de herkomst van de stortingen had toegelicht. De Raad verwierp deze gronden omdat het college bevoegd is om onderzoek te doen zonder voorafgaande verdenking en appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de stortingen afkomstig waren van belastingteruggaven of leningen.
Omdat appellant de stortingen niet onverwijld uit eigen beweging had gemeld en de herkomst onduidelijk bleef, concludeerde de Raad dat de inlichtingenplicht was geschonden en het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.