ECLI:NL:CRVB:2022:409
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet als alleenstaande, omdat zij stelde duurzaam gescheiden te leven van haar echtgenoot. Het college trok de bijstand in en vorderde terug wegens het ontbreken van duurzaam gescheiden leven. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij sinds 2005 gescheiden leeft en dat haar echtgenoot alleen voor de kinderen komt, zonder persoonlijke spullen op het uitkeringsadres. Uit haar eigen verklaringen blijkt echter dat zij samenleven, met frequente bezoeken van haar echtgenoot, gezamenlijke maaltijden en het delen van kleding.
De Raad oordeelt dat appellante en haar echtgenoot niet ieder afzonderlijk een eigen leven leiden alsof zij niet gehuwd zijn, hetgeen vereist is voor duurzaam gescheiden leven. Ook het verzoek tot scheiding van tafel en bed na de beoordelingsperiode doet hieraan niet af. Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de bijstand bevestigd wegens het niet duurzaam gescheiden leven.