ECLI:NL:CRVB:2022:410
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand Tozo wegens inkomen boven bijstandsnorm
Appellant heeft een aanvraag om algemene bijstand op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) voor april en mei 2020 ingediend. Het college van burgemeester en wethouders van Katwijk wees deze aanvraag af omdat het inkomen van appellant, bestaande uit ontvangen partneralimentatie en inkomsten uit zijn bedrijf, het toepasselijke sociaal minimum ruimschoots overschreed.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overwoog dat de partneralimentatie die appellant van zijn ex-partner ontvangt, terecht als zijn eigen inkomen is aangemerkt en dat de Tozo geen grondslag biedt voor de stelling dat deze alimentatie als inkomen van de partner moet worden beschouwd.
Verder verwierp de Raad de bewering dat alleen een achteruitgang in het inkomen uit de zelfstandige onderneming relevant is voor de Tozo, aangezien ook andere inkomensbronnen, zoals partneralimentatie, van belang zijn voor de vaststelling van het recht op bijstand. De Raad benadrukte dat de regeling is bedoeld om snel een inkomen op het niveau van het sociaal minimum te waarborgen en dat appellant met zijn inkomen ruim boven dat niveau uitkwam.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag om algemene bijstand op grond van de Tozo wordt afgewezen omdat het inkomen van appellant boven de bijstandsnorm ligt.