ECLI:NL:CRVB:2022:414
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep tegen UWV-besluit over arbeidsongeschiktheid en ziekengeld
Appellante, voormalig medewerkster thuiszorg, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV stelde vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde het ziekengeld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat de psychische klachten en fysieke beperkingen, zoals rug- en elleboogklachten, voldoende waren meegenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte geen onafhankelijke deskundige had benoemd, gezien verschillen tussen medische rapporten over haar beperkingen. De Centrale Raad van Beroep volgde echter het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat de beperkingen adequaat waren beoordeeld en dat de verschillen onvoldoende aanleiding gaven voor een onafhankelijke deskundige.
De Raad bevestigde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de functies waarop appellante werd getoetst medisch geschikt waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit bevestigd.