Uitspraak
21.2034 TW
OVERWEGINGEN
ZW-voorschot van € 2.163,70 als onverschuldigd betaald van haar teruggevorderd. Appellante heeft geen rechtsmiddelen aangewend tegen deze besluiten.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante meldde zich ziek per 29 juni 2018 en ontving een voorschot Ziektewet-uitkering en een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW). Het UWV weigerde later de ZW-uitkering toe te kennen en vorderde de betaalde voorschotten en toeslag terug wegens het ontbreken van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht terugvordering toepaste, waarbij verwijtbaarheid geen rol speelt. Appellante voerde in hoger beroep aan dat er bijzondere omstandigheden en dringende redenen waren om terugvordering te voorkomen, waaronder trage besluitvorming en begunstigend beleid.
De Raad onderschreef de rechtbank en stelde dat het UWV verplicht was de toeslag terug te vorderen omdat appellante geen recht had op een loondervingsuitkering. Dringende redenen kunnen alleen bestaan bij onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen, welke appellante niet aannemelijk maakte. Ook het beroep op bijzondere omstandigheden en toekomstige wetgeving faalde.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de toeslag heeft teruggevorderd omdat appellante niet arbeidsongeschikt was.