Uitspraak
20 577 NIOAW, 20/578 NIOAW, 20/1011 NIOAW, 20/1012 NIOAW, 20/2390 NIOAW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
20 december 2018 (bestreden besluit 1), heeft het college met ingang van 1 januari 2019 in verband met de inkomsten uit het pensioen van NN maandelijks op de IOAW-uitkering € 49,79 bruto in mindering gebracht. Het college heeft aan de besluitvorming ten grondslag gelegd dat het pensioen van NN een aan (voormalige) arbeid te relateren middel (inkomen) is en dus relevant voor de uitvoering van de IOAW. Deze inkomsten moeten ingevolge artikel 4:2, aanhef en onder a, van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten (Inkomensbesluit) per 1 januari 2019 in aanmerking worden genomen.
18 februari 2019 (bestreden besluit 2), heeft het college het verzoek afgewezen. Het college heeft aan de besluitvorming ten grondslag gelegd dat de IOAW een bruto-grondslag kent, die is vastgesteld door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) in de Regeling vaststelling grondslagen IOAW (Regeling). In artikel 5 van Pro de IOAW is bepaald dat deze grondslag zodanig wordt vastgesteld dat deze voor elke categorie rechthebbenden overeenkomt met het relevante sociale minimum, wanneer dit wordt omgerekend naar een netto bedrag. Het college is niet bevoegd deze grondslagen te corrigeren. De hoogte van de uitkering van appellante is correct, volgens de systematiek van de wet, berekend.
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover die betrekking heeft op het besluit van
- verklaart het beroep tegen het besluit van 20 december 2018 ongegrond;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 6 april 2020 ongegrond.