ECLI:NL:CRVB:2022:470
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en boete bij niet-melden kasstortingen en overschrijvingen bij bijstand
Appellanten ontvingen bijstand sinds 2017 en kregen hun recht op bijstand over een deel van 2019 herzien en ingetrokken vanwege niet-gemelde kasstortingen en overschrijvingen van derden op hun bankrekening. Het college rekende deze bedragen als inkomen en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat de overschrijvingen leningen waren en dat zij geen procesbelang meer hadden vanwege een betalingsregeling met het college. De Raad oordeelde dat de stelling dat het om leningen ging niet was onderbouwd en dat de betalingsregeling niet neerkwam op een schikking die het hoger beroep overbodig maakte.
De Raad bevestigde dat de kasstortingen en overschrijvingen als inkomen in de zin van de Participatiewet moeten worden beschouwd en dat appellanten de inlichtingenplicht hebben geschonden door dit niet te melden. De opgelegde boete van €1.430,- werd als evenredig beschouwd. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd met handhaving van herziening, intrekking en boete.