Uitspraak
20.2163 PW
OVERWEGINGEN
“Eiseres kan zich met de bestreden beschikking niet verenigen. Deze rust op een feitelijk onjuiste grondslag en is onvoldoende gemotiveerd”. Dit kan niet als een voldoende concrete beroepsgrond, zoals bedoeld in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb worden beschouwd (vergelijk uitspraak van 31 oktober 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BB7463). Appellante is daarom in de gelegenheid gesteld om alsnog de gronden van het beroep in te dienen, maar van deze gelegenheid heeft appellante geen gebruik gemaakt. Hieruit volgt dat de rechtbank het beroep van appellante terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Dit betekent dat de beroepsgrond gericht tegen de opschorting van het recht op bijstand niet voor bespreking in aanmerking komt.