ECLI:NL:CRVB:2022:515
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding verhuiskosten op grond van Wmo 2015 wegens ongeschikte woning
Appellant vroeg een vergoeding voor verhuiskosten op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 omdat zijn woning ongeschikt zou zijn vanwege knieklachten en de aanwezigheid van een trap. Het college wees de aanvraag af op basis van een medisch advies van het Indicatie Adviesbureau Amsterdam (IAB), dat stelde dat de woning al ongeschikt was bij het betrekken ervan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het IAB-onderzoek onzorgvuldig was en dat de verklaring van zijn huisarts meer gewicht had moeten krijgen, omdat hij niet kon voorzien dat zijn knieklachten zouden toenemen.
De Raad oordeelde dat het college terecht het medisch advies van het IAB mocht volgen. Het onderzoek was zorgvuldig en functioneel, en de medisch adviseur had een duidelijk beeld van de beperkingen van appellant. De informatie van de huisarts gaf geen aanleiding tot een ander oordeel.
Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de vergoeding verhuiskosten op grond van de Wmo 2015 bevestigd.