ECLI:NL:CRVB:2022:516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit afbouw jeugdhulp ondanks indicatie Wlz
Appellant ontving op grond van de Jeugdwet een persoonsgebonden budget voor individuele begeleiding, dat het college Groningen afbouwde van 10 naar 7 uur per week. Het college motiveerde dit met de inzet van professionele specialistische begeleiding en hulp aan de ouders.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en vond het ondersteuningsplan juist en de afbouw passend bij het streven naar meer zelfredzaamheid van appellant, waarbij rekening werd gehouden met een overgangsperiode en het belang van zelfstandigheid.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en verwees naar een indicatie voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd en onderschreef de motivering van de rechtbank. De Raad benadrukte dat de Wlz een ander beoordelingskader kent dan de Jeugdwet, waardoor de indicatie geen aanleiding gaf tot een ander oordeel.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.