ECLI:NL:CRVB:2022:53
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante was werkzaam als allround medewerker horeca en meldde zich ziek met rug- en nekklachten. Het UWV kende haar een Ziektewetuitkering toe, maar beëindigde deze later op grond van een functionele mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundig onderzoek, omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het UWV verklaarde deze ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen en belastbaarheid van appellante goed waren vastgesteld. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten waren onderschat en bracht een brief van een neuroloog in.
De Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV. De Raad stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de bevindingen van de neuroloog geen aanleiding gaven tot twijfel aan de FML. Ook de geschiktheid van de geselecteerde functies werd bevestigd. Het hoger beroep werd verworpen en de bestreden besluiten bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewetuitkering van appellante terecht is beëindigd.