Uitspraak
20.3318 PW-PV
BESLISSING
8 maart 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AT0209).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak gaat het om een aanvraag van 26 april 2019 voor bijstand over de periode van 10 februari 2016 tot 9 november 2017. Appellanten ontvingen vanaf 9 november 2017 aanvullende bijstand volgens de norm voor gehuwden. Het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe wees de aanvraag af omdat er geen bijzondere omstandigheden waren die toekenning van bijstand met terugwerkende kracht rechtvaardigen.
Volgens vaste rechtspraak wordt bijstand in beginsel niet verleend over een periode voorafgaand aan de datum waarop de betrokkene zich heeft gemeld of een aanvraag heeft ingediend. Afwijking is mogelijk indien bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen, zoals eerdere pogingen tot aanvraag die niet tot een beslissing leidden of acties richting het bestuursorgaan die als aanvraag kunnen worden beschouwd.
Appellanten stelden dat zij in februari 2016 een aanvraag wilden indienen maar werden weggestuurd omdat zij geen bijstand konden krijgen naast de AOW. Deze stelling vindt geen steun in de stukken en appellanten konden dit niet aantonen, wat voor hun rekening en risico komt. Hierdoor slaagt het hoger beroep niet en wordt de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er is geen aanleiding voor een kostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 maart 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag met terugwerkende kracht wordt bevestigd.