Uitspraak
20 3149 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.Appellante heeft tegen dit besluit geen rechtsmiddelen aangewend.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante was sinds 15 december 2014 ziek gemeld met psychische klachten en werd in 2016 door een verzekeringsarts belastbaar verklaard met beperkingen, vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Het UWV weigerde toen een WIA-uitkering toe te kennen omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% was. In 2019 vroeg appellante opnieuw een WIA-uitkering aan, maar het UWV stelde dat zij per 11 juni 2019 weer geschikt was voor haar eigen werk en wees de aanvraag af.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij het medisch onderzoek en de rapporten van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige als zorgvuldig en overtuigend werden beoordeeld. De Raad onderschrijft dit oordeel en voegt toe dat de medische informatie van reumatoloog Van der Maas geen aanwijzingen geeft voor zwaardere beperkingen dan vastgesteld in 2016.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen waren toegenomen, maar dit werd gezien als een herhaling van eerdere gronden die al gemotiveerd waren weerlegd. De Raad concludeert dat appellante ondanks haar klachten de lichte, weinig belastende functies uit 2016 kan verrichten en bevestigt de aangevallen uitspraak. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.