ECLI:NL:CRVB:2022:688
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ziekengeld na eerstejaars Ziektewet-beoordeling ondanks hoorplichtschending
Appellant, voormalig medewerker stadsbeheer, meldde zich ziek met rugklachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars beoordeling door verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen, waarop het recht op ziekengeld werd beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, ondanks een schending van de hoorplicht, die werd gepasseerd wegens het ontbreken van benadeling. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen en taalachterstand onvoldoende werden meegewogen.
De Raad oordeelt dat het onderzoek zorgvuldig was, dat de medische en arbeidskundige beoordelingen adequaat zijn gemotiveerd en dat appellant voldoende gelegenheid heeft gehad zijn standpunten toe te lichten. De Raad bevestigt dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen en wijst het hoger beroep af. Het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het Uwv bevestigd dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen en geen recht heeft op ziekengeld.