ECLI:NL:CRVB:2022:756
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde inkomsten en schending inlichtingenplicht
Appellant ontvangt sinds 1997 bijstand en werd onderzocht na een anonieme melding over zijn activiteiten als zanger en levensstijl. Het college stelde vast dat appellant meerdere inkomsten en vermogensbestanddelen niet had gemeld, waaronder optredens als zanger en maandelijkse betalingen van zijn zus.
Het college trok de bijstand over de periode 2014-2018 gedeeltelijk in en vorderde €16.837,16 terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat zijn optredens hobby waren zonder vergoeding en dat de betalingen van zijn zus leningen waren.
De Raad oordeelde dat optredens als zanger op geld waardeerbare activiteiten zijn, ongeacht of daadwerkelijk inkomsten werden ontvangen, en dat de betalingen van de zus als inkomen moeten worden aangemerkt. Appellant schond daarmee zijn inlichtingenplicht, wat rechtvaardigt dat de bijstand wordt herzien en teruggevorderd.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde inkomsten en schending van de inlichtingenplicht.