ECLI:NL:CRVB:2018:1255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstand en boete wegens niet gemelde werkzaamheden in bloemenkraam ouders
Appellante ontvangt bijstand en verricht zonder melding werkzaamheden in de bloemenkraam van haar ouders. Het college herzag de bijstand en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betwist appellante de werkzaamheden en de zorgvuldigheid van het onderzoek, wijst op sluiting van de bloemenkraam en haar geestesgesteldheid. De Raad oordeelt dat de verklaring van appellante, afgelegd en ondertekend tijdens het verhoor door consulenten handhaving, voldoende bewijs vormt voor het verrichten van werkzaamheden gedurende elf uur per week.
De Raad verwerpt het betoog over sluiting van de bloemenkraam en onvoldoende bewijs, en bevestigt dat het college terecht de bijstand heeft herzien en kosten heeft teruggevorderd. De boete wordt verlaagd van €1.160,- naar €1.153,44 vanwege gewijzigde regelgeving. De Raad vernietigt de eerdere uitspraak en veroordeelt het college in de kosten van rechtsbijstand.
Uitkomst: De Raad vernietigt de eerdere uitspraak, bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand en stelt de boete vast op €1.153,44.