ECLI:NL:CRVB:2022:8
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Ziektewetuitkering wegens laattijdige ziekmelding en onvoldoende medische onderbouwing
Appellant was werkzaam via een detacheringsovereenkomst tot 3 maart 2019, maar hield op te werken vanaf 9 november 2018. Hij meldde zich op 20 december 2018 ziek met terugwerkende kracht per 28 november 2018. Het UWV weigerde de Ziektewetuitkering per die datum omdat appellant volgens medisch onderzoek geschikt was voor zijn werk. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de laattijdige ziekmelding het risico van onvoldoende medische vaststelling bij appellant legt.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen over psychische klachten en verwees naar medische stukken van Mindfit. De Raad oordeelde dat deze stukken onvoldoende onderbouwing boden om het standpunt van het UWV te weerleggen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde waarom de aanvullende informatie geen aanleiding gaf tot herziening.
De Raad bevestigde dat de detacheringsovereenkomst stilzwijgend was geëindigd per 9 november 2018, waardoor beoordeling per 4 maart 2019 niet aan de orde was. Ook werd het beroep tegen de terugvordering van onterecht betaalde voorschotten afgewezen. De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.