Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker, voormalig medewerker handhaving bij de gemeente Amsterdam, werd op 1 april 2013 ontslagen wegens plichtsverzuim. Hij vroeg daarop een uitkering op grond van de Werkloosheidswet aan, die werd geweigerd omdat hij verwijtbaar werkloos was geworden. Later meldde verzoeker zich ziek per 24 maart 2013 en vroeg een Ziektewet-uitkering, welke eveneens werd geweigerd omdat hij volgens het UWV niet arbeidsongeschikt was op medische gronden.
De verzekeringsarts van het UWV concludeerde na onderzoek dat verzoeker geen invaliderende depressie of PTSS had op de relevante datum, ondanks somberheidsklachten en slaapstoornissen. Het rapport van de door verzoeker ingeschakelde verzekeringsarts Özkan, dat een slaapstoornis en depressieve stoornis aannemelijk zou maken, werd door de voorzieningenrechter van de rechtbank en de Centrale Raad van Beroep niet als voldoende bewijs geaccepteerd.
De Raad oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanaf 24 maart 2013 ongeschikt was voor zijn werk als medewerker handhaving. Ook het ontbreken van een ziekmelding bij de werkgever en het feit dat verzoeker aanvankelijk een WW-uitkering aanvroeg, ondersteunen dit oordeel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.